Mag het iets minder zijn?
Al sinds de "rode boon" die Line 6 in 1998 als "POD" op de markt bracht, was het duidelijk: gitaaropnames zouden nooit meer hetzelfde zijn. Natuurlijk geldt ook nu nog dat een op vol vermogen gedraaide buizenversterker, goed gemikrofoneerd en met de juiste nabewerking, de koningsdiscipline vormt. Maar het is inmiddels ook zo: nooit was het makkelijker om uitstekende gitaarsound op de kleinste ruimte en bij het laagste volume te krijgen. Daarbij gaat het vooral om twee dingen:
Ten eerste: goede versterkersimulatie, die de dynamiek en de klank, en vooral het speelgevoel van een echte versterker kan nabootsen. Er bestaan veel verschillende technologieën, van volledig analoge schakelingen, soms zelfs met ingebouwde buizen, tot het modernste modelling waarbij computerchips de sound tot in detail reproduceren. Beide technologieën doen elkaar tegenwoordig nauwelijks nog iets onder: of het nu 0'en en 1'en in de digitale wereld zijn of volledig analoge schakelingen — het geluid klopt!
Ten tweede: de speakersimulatie. Een extreem belangrijk onderdeel van de gitaarklank is de speaker, de grootte daarvan en de behuizing (speaker-cabinet) waarin hij geplaatst is. Hoewel er ook hier zeer goede analoge oplossingen bestaan die het frequentiebereik van de sound veranderen zoals een echte box dat zou doen, zien we tegenwoordig steeds meer het opkomen van Impulse Responses (IRs). Deze techniek (overigens niet nieuw — ze wordt bijvoorbeeld al lang gebruikt op het gebied van reverb) kan het gedrag van bepaalde speakers "kopiëren" en zo zeer authentieke sounds produceren. Het voordeel: er is een enorme hoeveelheid derdenleveranciers die IRs aanbieden van vintage Marshall-boxen tot moderne metal-cabinets, klassieke Fender-cabs of zelfs wekkerradio-luidsprekers. Daarmee bieden ze maximale klankvariatie op het podium rechtstreeks in het mengpaneel, via de PA in de oefenruimte of zelfs met koptelefoons in de woonkamer. Sommige fabrikanten gebruiken daarnaast of in plaats van IRs ook eigen softwaretechnologieën voor het simuleren van speakers. Daarbij horen producten van bijvoorbeeld Two Notes, Universal Audio of Line 6.
Dat zijn ze dus, de twee kernfactoren voor goede gitaaramp-simulaties: versterkersimulatie en speakersimulatie. Veel producten bieden beide in compacte pedaalvorm, zoals de Strymon Iridium, of de Universal Audio UAFX pedalreeks. Andere focussen zich (analoog of digitaal) op de simulatie van speakers, om bijvoorbeeld de line-out van een versterker verder te verwerken. Daarbij is de trend de laatste jaren iets veranderd: terwijl de POD in 1998 probeerde zoveel mogelijk verschillende sounds in één kast te bieden, richten veel apparaten zich vandaag de dag op een paar sounds die extreem gedetailleerd worden gesimuleerd. Wij bij session geloven in beide technologieën: zo krijgen jullie als klant bij ons het beste van beide werelden: geweldige sounds met enorme variatie, zoals in de Line 6 HX-serie, of makkelijk te bedienen pedalen met een paar sounds die tot in perfectie zijn uitgewerkt, zoals de Universal Audio Dream '65. Dus, snuffel rond en probeer uit!
Trusted Shops: /5,00 (13011)